Myxomatose en VHS bij konijn

Myxomatose

Myxomatose wordt verspreid door een virus. Een konijn kan besmet worden door vliegen/muggen, vlooien, mijten en andere konijnen die het virus met zich meedragen. De symptomen van Myxomatose zijn: natte/ontstoken ogen, een vieze neus, knobbels, geen eetlust en koorts. Een konijn dat nooit gevaccineerd is overleeft deze ziekte bijna nooit. Het beste dat je voor je zieke konijn kunt doen is hem goed warm houden en z.s.m. een dierenarts bezoeken. Deze zal dan passende medicijnen meegeven. Het konijn kan tegen deze ziekte worden gevaccineerd, de entingen blijven 4-6 maanden werken en moeten daarna (liefst) worden herhaald, meestal word er 2x per jaar gevaccineerd, in het voorjaar en in het najaar.
Na de ontdekking van Myxomatose bij ingevoerde konijnen in Uruguay, verspreidde een wat milde vorm zich onder de populatie wilde konijnen in Zuid Amerika. In Australië werd het virus voor het eerst in het veld getest in 1938 om zo te proberen de konijnenpopulatie onder controle te houden. Een volledige verspreiding van het virus werd in 1950 gehouden. Het virus was zeer effectief, de konijnenpopulatie verminderde van 600 miljoen naar 100 miljoen konijnen binnen 2 jaar. De konijnen die overbleven waren degene die het minst last hadden van het virus. Genetische afweer tegen Myxomatose werd snel na de eerste verspreidingen van het virus waargenomen, en de meeste konijnen bezaten een gedeeltelijke immuniteit in de eerste twee decennia. Afweer werd iets beter anaf 1970, en de ziekte dood thans 50 procent van de besmette konijnen. Bij een poging om het sterfte percentage omhoog te krijgen werd er een 2e virus geïntroduceerd, Rabbit Calicivirus (VHS), dat in 1996 voor het eerst onder de konijnen werd verspreid.
Myxomatose werd in Europa per ongeluk geïntroduceerd in juni 1952 in Frankrijk door bacterioloog Dr. Paul Armand Delille, die het virus gebruikte om van de konijnen op zijn privé terrein af te komen (hij entte wel 2 konijnen op zijn land in tegen de ziekte). Binnen 4 maanden had het virus zich al 50 km verspreid; Armand dacht dat dit kwam door jagers die de besmette konijnen meenamen van zijn land. In 1954 waren echter 90% van de wilde konijnen in Frankrijk dood. De ziekte verspreidde zich verder door Europa. Het bereikte Engeland in 1953, blijkbaar zonder menselijke acties. Sommige mensen in Engeland verspreidden de ziekte zelf, door zieke konijnen in de holen van wilde konijnen te stoppen. De overheid wilde geen stappen ondernemen om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In 1955 was 95% van de wilde konijnen in Engeland overleden. Konijnen in de laatste stadia van de ziekte, vaak "mixy" of "myxie" rabbits genoemd, zijn nog steeds een veel voorkomend verschijnsel in Engeland. Er is een vaccin beschikbaar voor konijnen die als huisdier gehouden worden, maar in Australië is vaccinatie van konijnen illegaal, uit angst dat de immuniteit die door de vaccinatie opgewekt wordt in de populatie wilde konijnen terecht komt. Dit omdat in het vaccin ook een levend virus gebruikt wordt, het Shope Fibroma virus. Duizenden konijnenhouders in Australië lijden elk jaar verliezen onder hun konijnen. Er is geen geneesmiddel voor Myxomatose of VHS en veel dieren die deze ziekte eenmaal hebben sterven uit zichzelf, of worden ingeslapen. In Europa is het mogelijk je konijn te beschermen met een vaccin, met een genetisch aangepast virus.
Er is sinds 1 december 2011 een volledig nieuw vaccin op de markt: het Nobivac Myxo-RHD vaccin, een combinatievaccin tegen Myxomatose én VHS.   Actietarief vaccinatie
Als dit virus zijn weg weet te vinden naar Australië zal dit voor een grote (ongewenste) vermeerdering van de konijnenpopulatie zorgen.
De ontwikkeling van afweer voor de ziekte lijkt verschillende kanten te hebben gekozen. In Australië heeft het virus in het begin zeer snel veel konijnen gedood; binnen 4 dagen na infectie. Dit geeft weinig tijd voor het virus om te verspreiden. Als resultaat daarvan, is een minder sterke variant van het virus zich gaan verspreiden, dat zich sneller verspreid omdat dit een minder dodelijk virus is. In Europa hebben de konijnen die genetische afweer hebben tegen het virus zich verspreid. Er wordt beweerd dat dit komt omdat de belangrijkste verspreider van het virus in Australië de mug is, terwijl dit in Europa vrnl. de vlo is.

VHS

Hierboven werd het al genoemd; het Rabbit Calicivirus (RCD), dit is een virus dat het Rabbit Haemorrhagic Disease (RHD) veroorzaakt (ook wel VHS; Viraal Haemorrhagisch Syndroom of VHD; Viral Haemorrhagic disease genoemd).
Haemorrhagisch betekent bloederig, één van de kenmerken van de ziekte is nl. acute bloedingen.
Dit is een virus dat alleen konijnen besmet. Het is ontwikkeld in Australië en geïntroduceerd onder de konijnen als extra poging de konijnenplaag tegen te gaan. Het virus is voor het eerst verspreid in 1996. Het virus was niet zo succesvol als Myxomatose, omdat het "maar" dodelijk is voor 65% van de besmette konijnen, terwijl Myxomatose dodelijk is voor bijna 90% van de besmette konijnen. De incubatieperiode van deze ziekte is 24 tot 48 uur, en dood treed in 6 tot 24 uur na het beginnen van de koorts. Een konijn kan besmet raken door contact met andere besmette dieren, maar ook door besmet voer, bijv. groenvoer dat aan de kant van een weg is geplukt. De symptomen zijn koorts, bloed uit de neus en andere lichaamsopeningen, en benauwdheid. Er bestaat tegenwoordig een goed (combinatie) vaccin tegen dit virus: het Nobivac Myxo-RHD vaccin